Donderdag 31 april
Les 1: rekenen: tabellen en grafieken
ZEKER lat en potlood gebruiken!
Stap 1: bekijk het instructiefilmpje
Stap 2: maak de voorbeeldoefeningen
Stap 3: maak de oefeningen in je rekenboek
Rekenboek D blz. 49 volledig
blz. 50 volledig
blz. 51 volledig (oef. 3 is persoonlijk, de antwoorden op de vragen kan je vinden in de tabel,grafiek of diagram, maar ze vragen ook om aan te duiden welke van de 3 je telkens gekozen hebt om het antwoord te zoeken)
Stap 4: verbeteren
Les 2: taal: de voltooide tijd (ik heb/ik ben - vorm)(tegenwoordige tijd)
Zing maar mee uit volle borst thuis!
Hieronder een schema om de voltooide tijd te vinden.
De Voltooid Tegenwoordige Tijd bestaat uit twéé werkwoorden:
- het basiswerkwoord; de centrale actie in de betekenis van de zin, vervoegd tot een voltooid deelwoord;
- vb: gelopen, gefietst, gegaan, geweest, verworven, verstaan, opgelost, uitgepraat,...
- ...én een hulpwerkwoord : dat is altijd 'hebben' of 'zijn'.
Stel: het is vandaag toets. Natuurlijk bereid jij je altijd goed voor...
...en dus kan je zeggen:
"Ik heb gisteren gestudeerd voor de toets Frans"
'Voltooid' wil zeggen dat het áf is; je bent er klaar mee.
En: je doet die uitspraak nú; daarom 'tegenwoordige tijd'. In die tijd wordt dan ook het hulpwerkwoord vervoegd.
Het basiswerkwoord ('studeren') staat in de VTT vervoegd tot een voltooid deelwoord: 'gestudeerd'.
Het hulpwerkwoord hier is 'hebben'. ("ik heb ...")
ik heb (gisteren) gestudeerd ...
jij hebt (gisteren) gestudeerd ...
hij / zij / u heeft (gisteren) gestudeerd ...
wij hebben (gisteren) gestudeerd ...
jullie hebben (gisteren) gestudeerd ...
zij hebben (gisteren) gestudeerd ...
In de VTT wordt alléén het hulpwerkwoord ('hebben' of 'zijn') vervoegd (volgens de persoonsvorm);
het voltooid deelwoord is constant.
· Het Voltooid Deelwoord
ELK werkwoord heeft een voltooid deelwoord.
Dit voltooid deelwoord is constant.
Er bestaan sterke werkwoorden, en zwakke werkwoorden...
- De zwakke (regelmatige) werkwoorden
De zwakke werkwoorden zijn het gemakkelijkst.
Daar maak je het voltooid deelwoord volgens een eenvoudige regel: ...
ge- [stam] -t
of
ge- [stam] -d
· ...Hoe vind je de stam van een werkwoord?
De stam van een werkwoord is eigenlijk hetzelfde als de 'ik'-vorm in de Tegenwoordige Tijd.
Je neemt de infinitief, en je hakt er de uitgang '-en' van af...
bv.: werken - stam: werk ( = 'ik werk')
LET OP - (1): soms verdubbelt de klinker in de schrijfwijze!
- als hij 'lang' klinkt...
bv.: studeren - stam: studeer...
lopen - stam: loop...
(2): als er twee medeklinkers voor de '-en' staan,
dan moet je er daarvan maar eentje van behouden in de stam.
bv.: hakken - stam: hak...
hebben - stam: heb...
vergissen - stam: vergis...
(3): v à f & z à s ...
bv.: reizen - stam: reis...
proeven - stam: proef...
durven - stam: durf...
· ...Wanneer is het '-t', en wanneer is het '-d' op het eind?
- als de stam eindigt op een t, k, f, s, c, h, p: -t (memo: 't kofschip) * opgelet voor * !!! ... als er een '-f' of een '-s' staat in de plaats van een '-v' en '-z' (in het origineel), dan komt er tóch een '-d' op het eind!
DUS: reiZen : gereisd, proeVen : geproefd, durVen: gedurfd, ...
- alle andere gevallen: -d
Als de stam eindigt op een '-t' of een '-d': niets toevoegen.
Als de stam niet eindigt op een '-t' of een '-d': toevoegen.
bv.: werken - stam: werk --> gewerkt...
zeilen - stam: zeil --> gezeild...
praten - stam: praat --> gepraat...
duiden - stam: duid --> geduid...
Maak de oefening op papier en verbeter nadien (klik op oplossing).
1. (leggen) Wie heeft dat daar __________________ ?
2. (botsen) De auto's zijn tegen elkaar __________________ .
3. (praten) In die klas wordt erg veel __________________ .
4. (bouwen) Dit huis is niet zo stevig __________________ .
5. (studeren) Heb jij voor dit examen __________________ ?
6. (hakken) Ik heb veel met die bijl __________________ .
7. (proeven) Ik heb niets van dat eten __________________ .
8. (missen) Ik heb haar __________________ .
9. (werken) Jij hebt hard __________________ aan die opdracht.
10. (dromen) Mijn vrouw heeft zo raar __________________ , vannacht!
- De sterke (onregelmatige) werkwoorden
De sterke werkwoorden zijn eigenlijk een reeks uitzonderingen op de regels van hierboven.
Er zijn twee kenmerkende groepen: ...
· ... 'ge-' + [Infinitief]...
bakken > gebakken
vallen > gevallen
gaan > gegaan
...
· ...klankverandering...
Bij de sterke werkwoorden verandert veel (maar niet altijd!) de klank (klinkers).
vrijen > gevreeën
klinken > geklonken
bijten > gebeten
brengen > gebracht
zijn > geweest
hebben > gehad
...
Spijtig of niet: voor de sterke (onregelmatige) werkwoorden is er weinig meer (of minder) te doen dan deze te onthouden.
Nog enkele bijzonderheden...
'Voorzetselwerkwoorden': aan-, af-, in-, na-, op-, voor-, door-, tegen-, ...
opbellen, oplossen, opschrijven, uitnodigen, voorstellen, voorzetten, aanvallen, meedelen...
ZWAK:
voorzetsel + 'ge' + [stam] + uitgang ('-t' of '-d')...
op-GE-beld, op-GE-lost, voor-GE-steld, ...
STERK:
éérst voorzetsel, dan het (onregelmatige) voltooid deelwoord...
OP-geschreven, AAN-gevallen, VOOR-gestoken, ...
be-, her-, ver-, ge-, ont- :
betalen, vergeten, herhalen, geloven, ontsnappen, verliezen...
géén '-GE-' toevoegen!!
ZWAK:
enkel [stam] + uitgang ('-t' of '-d')...
betaald, herhaald, geloofd, ontsnapt, ...
STERK:
het (onregelmatige) voltooid deelwoord, zónder '-GE-'
vergeten,
verloren, ...
Sluit af door deze oefening te maken:
https://users.telenet.be/Lagere_school_Groenendaal/voltooid_deelwoord(d-t).htm
